Een zonnige dag, die lonkt naar avontuur maar de coronamaatregelen zijn nog ongewijzigd. Dan is het altijd even zoeken naar een leuke uitstap. De hubby is fan van Wallonië dus we besloten die kant op te gaan. Viooltje merkte onderweg op dat we dan wel de taalgrens overstaken. Blijkbaar hebben ze daar op school over geleerd. Gelukkig was het geen landsgrens, want dat mag momenteel niet.
Jaren geleden zijn we eens in een brasserie in Genval gaan eten. Het was daar mooi en rustig en dus besloten we dat dat de ideale locatie zou zijn om naar toe te trekken met ons gezinnetje. Bepakt en bezakt trokken we naar deze mooie plek. Het glooiende landschap, de zon en goede muziek op de radio zorgden voor een instant-vakantiegevoel.

Toen we aankwamen, vonden we parking bij een leuk Italiaans ijssalon. Eerst genoten we van deze zoete versnapering en nadien besloten we om een mooie wandeling rond het meer te maken. Onderweg vonden we grote borden van de Smurfen langs het meer. Het duurde even vooraleer we door hadden dat er een leuk kinderparcours gemaakt was. Op elk bord stonden zoekopdrachten en deze waren verspreid over de hele wandeling. Meteen legden de kinderen de link naar het grote standbeeld van de smurf die we op de rotonde hadden gezien bij het binnenrijden van Genval. Natuurlijk begonnen we dan automatisch “smurfs” te praten. Toch verbazingwekkend hoe snel kinderen dit gewoon zijn. Ze begrijpen precies wat je bedoelt, ook al vervang je verschillende woorden in je zin door “smurf”.


Tijdens de wandeling zagen we graffiti op de muren, twee mooie fonteinen waar mijn jongste vol bewondering naar keek en een mooi standbeeld van een zeemeermin. De jongens imiteerden de houding van de zeemeermin en Viooltje vertelde het verhaal van Ariël aan Pinkie. Nadien konden we genieten van het duiken van de futen in het water. De kids hielden ervan om de bewegingen van vogels na te doen. Hoe ze doken en flapperden met hun vleugels. Hoe ze de druppels van hun afschudden en natuurlijk snateren. Ongeveer halfweg zochten we een bankje op en aten we een kleine snack. We bestudeerden de huizen en fantaseerden wie erin zou wonen, zo langs het meer. Zou het een schilder zijn of een oude dame? Wat zou hun verhaal zijn?


Na onze snack wandelden we verder en viel ons oog op de naam van één van de huizen. Het huis heette Willem Tell. Viooltje kende de legende van Willem Tell nog niet en toen we thuis kwamen konden we op youtube een mooi filmpje zien waarin het verhaal van Willem Tell met tekeningen werd uitgelegd.
De zoon, de appel, boogschieten, …. het hoofdje van de oudste werkte op volle toeren. Natuurlijk wou hij ook boogschieten in de tuin. Het blazoen werd uitgehaald en de pijlen (met zuignap) werden op de boog gelegd. Pas dan besefte hij ten volle hoe moeilijk boogschieten is. Waar is de tijd dat ik echt ging boogschieten in een club en kampioen van Vlaams-Brabant bij de dames op het wintertoernooi werd… Het begon terug te kriebelen om deze sport te hervatten. Wie weet als corona voorbij is…
Net die dag viel de nieuwe folder van de JBC in de brievenbus. Toeval of niet, er stond een jongetje op die een citroen op zijn hoofd legt. Ik zag in mijn gedachten de pijl er al doorgaan.